Spelregels UNO

 

  • Iedere speler krijgt 7 kaarten. De kaarten die niet uitgedeeld worden, moeten omgekeerd op tafel worden gelegd. Dit wordt de stock genoemd. De bovenste kaart moet zichtbaar op de tafel liggen. De opengelegde kaart van de stock is het vertrekpunt van het spel. 
  • De speler aan de linkerzijde van de deler begint. Hij mag een kaart, die hij in zijn handen heeft, met dezelfde kleur of symbool, op de opengelegde kaart leggen. Is de opengelegde kaart op de tafel bijvoorbeeld een rode 6, dan mag de speler er iedere rode kaart op leggen. Hij mag ook een andere kleur kaart met het nummer 6 op tafel leggen. Daarop zal de volgende speler weer verder moeten gaan in de kleur die zojuist is gelegd.
  • Kan de speler die aan de beurt is geen kaart opleggen, dan moet hij een nieuwe kaart pakken. De genomen kaart mag hij direct uitspelen als dat mogelijk is. Kan hij niet verder dan is de speler, die naast hem zit, aan de beurt.
  • Zodra je nog maar 1 kaart in je hand hebt, moet je dat aan je medespelers aangeven door duidelijk UNO te roepen. De andere spelers moeten kunnen horen dat je nog maar een kaart hebt. Wanneer je vergeet om UNO te roepen en een medespeler heeft dat in de gaten, zal je 2 strafkaarten van de stock moeten pakken.
  • Het is ook mogelijk dat een speler liever geen kaart speelt. Wanneer hij aan de beurt is, moet hij wel een kaart van de stock nemen. Deze mag hij weer direct uitspelen. Hij mag dan enkel de kaart uitspelen die hij van de stock gepakt heeft. Pas bij de volgende beurt mag hij uitspelen.

     
Speciale kaarten
  • In het spel zitten +2 kaarten. Wanneer de speler een +2 kaart op de omgedraaide kaarten legt, zal de speler die aan de beurt is 2 kaarten van de stock moeten pakken. Hij mag geen kaart wegleggen.
  • De keer-om kaarten worden gebruikt wanneer je de speelrichting wil veranderen. Gaat men in eerste instantie rechtsom spelen, dan wordt daarna de richting linksom. Wordt een dergelijke kaart aan het begin van het spel van de stok omgedraaid, start men linksom.
  • De keuzekaart geeft je de vrijheid om een andere kleur te kiezen wanneer je aan het spelen bent. Wordt met deze kaart gestart, dan mag de deler van het spel de kleur bepalen.
  • Een joker mag je altijd gebruiken. Je hoeft niet naar de kleur van het spel of symbool te kijken.
  • De overslaankaarten worden gespeeld als je de speler na jou een beurt wil laten overslaan. Start men in het begin van het spel met deze kaart, dan is niet de speler naast de deler aan de beurt, maar de volgende persoon.
  • De +4 kaarten kan iemand gebruiken als hij de speler na hem 4 kaarten wil laten nemen. Ook kan de persoon die de +4 kaart gebruikt, een andere kleur kiezen. Deze kaart mag alleen worden gebruikt als de speler geen aansluitende kaart in zijn hand heeft. De persoon die de 4 kaarten moet pakken, mag geen kaart wegleggen.
  • Wanneer de laatst gespeelde kaart een + kaart is, zal de volgende speler eerst nog het aantal kaarten moeten nemen die de kaart aangeeft. Pas daarna kan de puntentelling plaatsvinden.
     
Puntentelling
  • Alle kaarten hebben hun eigen waarde behalve de +2 kaarten, die hebben een waarde van 20 punten, de + 4 kaarten: 50 punten, de joker: 50 punten, sla-een-beurt-over kaarten: 20 punten en de keer om kaarten: ook 20 punten.
    Tip: raadpleeg de suggesties (huisregels) van het spel in het doosje van de UNO-kaarten.