Speelkaarten zijn meer dan 1.000 jaar oud. Voor Turnhout werden ze pas echt belangrijk aan het begin van de 19de eeuw. In 1826 drukt Pieter Jozef Brepols de eerste speelkaarten in de stad. Het betekent het begin van een bloeiende nijverheid, die de Kempense stad tot ver buiten de landsgrenzen op de kaart zet. 

Vrienden van het Speelkaartenmuseum 

Begin jaren 1960 rijpt in de hoofden van enkele Turnhoutenaars het idee om ‘iets’ rond speelkaarten te doen. Een tentoonstelling als test in de hal van het Stadhuis blijkt een overdonderend succes. Op 24 oktober 1969 opent de toenmalige minister van cultuur, Turnhoutenaar Frans Van Mechelen, het Nationaal Museum van de Speelkaart. 

Aanvankelijk runnen vrijwilligers het museum. Zij verenigen zich in de vzw Turnhout Wereldcentrum van de Speelkaart. Die bestaat vandaag nog steeds: de Vrienden van het Speelkaartenmuseum (Lost in The Shuffle) zijn een trouwe partner van het museum. Deze vereniging verbindt verzamelaars van speelkaarten met liefhebbers van knap drukwerk. Tijdens de jaarlijkse ‘Dag van de verzamelaar/Trade & Play’, een internationale beurs, vinden ze elkaar tussen de drukpersen in het museum. 

Verhuis naar de Druivenstraat 

In 1977 neemt het Turnhoutse stadsbestuur de uitbouw van het museum over. Vandaag maakt het deel uit van Musea Turnhout. Het Speelkaartenmuseum is aanvankelijk gevestigd in het Huis metten Thoren. Daar vind je vandaag het Taxandriamuseum. 

In 1988 volgt de verhuis naar de ‘nieuwe fabriek Mesmaekers’ in de Druivenstraat. Dat is sindsdien het museumgebouw van het Speelkaartenmuseum. Hier leer je over de geschiedenis en het gebruik van de speelkaart. In de drukkerij en de Makerij tonen authentieke drukpersen en ander grafisch materiaal het volledige productieproces van speelkaarten, tot en met de afwerking. De blikvanger is een gigantische 19de-eeuwse stoommachine. 

Wat is er te zien? 

Wat is er te doen? 

Plan je bezoek